zaterdag 27 september 2008

150 jaar fopspeen

Paus Benedictus XVI bezocht recent Lourdes om het 150 jarig bestaan van het wonder van de verschijning van Maria aldaar te celebreren. Sarkozy maakte daar nog een lekker marketing-stuntje van door de tachtigjarige kerkvorst ook even naar Parijs te slepen, een happening waar een kwart-miljoen Fransen op af kwam en die in het officiële draaiboek van het Vaticaan niet voorkwam.

Lourdes is het oord waar Bernadette Soubirous, Maria ontmoette en het heilzaam water deed stromen. Ik ben daar drie keer geweest. Ik heb een zekere fascinatie voor devotie. Drie keer rondgekeken in het dorp en bij de grot en drie keer met andere emotie en andere perceptie. Eerst met afschuw over de commercie en de uitbuiting en de laatste keer met begrip voor de heilzame werking van de hoop en liefde die daar geboden wordt. De hoop voor hopelozen. De hoop die niet gegeven wordt door de cijfers/feitjes/kennis-maatschappij maar wel door bout geloof.

Dit schreef ik bij mijn eerste contact 20 jaar geleden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Lourdes, 31 mei 1989

‘Mère du Sauveur, priez pour nous!’
O, Lourdes.
‘Avé……………!’
‘Avé…………….!’
‘Avé Maria…..!’
De maagd Maria, Notre-Dame de Lourdes, Our Lady of Lourdes, Gospa od Lourda, Nuestra Senora de Lourdes, Miesac Mary I Lourdes, Nossa Senhora de Lourdes. Lourdes dus.
En daar gaan ze.
Allemaal op weg naar Lourdes.
‘Seigneur, nous vous adorons!’
De kreupelen, de lammen en de gebochelden.
‘Seigneur, si vous voulez, vous pouvez me guérir!’
De doven, de stommen en de blinden.
‘Seigneur, faites que je vois!’
Een glas bronwater, een onderdompeling, een kaars, een gebed.
‘Credo in unum Deum, Patrem omnipotentem…!’
Geloof en hoop.
‘Jésus, Fils de Marie, ayez pitié de nous!’
Karretje na karretje, getrokken door een familielid, of door vrijwilligers, les brancardiers.
‘Bienheureuse Bernadette, priez pour nous.’
Bernadette. Het hoge woord is er uit.
Bernadette Soubirous, daar begint het allemaal mee. In 1858 een veertienjarig wat ziekelijk meisje. Op 11 februari van dat jaar waren Bernadette, haar jongere zusje Toinette en een vriendinnetje op weg gestuurd om enig hout te halen. Op hun



wandeling kwamen zij in een grot terecht. Bernadette hoorde daar een zacht gehuil.
Zij keek op…..
‘Ik kon niets meer zeggen en ik wist helemaal niet meer wat ik denken moest, want toen ik mijn hoofd naar de grot richtte, zag ik bij de opening in de rots een struik, eentje maar, heen en weer zwaaien alsof het hard woei. Bijna tegelijkertijd kwam van binnen uit de grot een gouden wolk en daarna een jonge en mooie dame, zo mooi als ik nog nooit had gezien. Ze ging in de opening staan, boven de struik. Ze keek me aan, glimlachte en gebaarde me dichterbij te komen, net alsof zij mijn moeder was.’
Alleen Bernadette zag de gedaante. Zij ging steeds weer naar de grot toe. ‘Zij’ verscheen haar daar achttien keer. Pas bij de derde keer sprak de dame en verzocht Bernadette om veertien dagen achtereen naar de grot te komen. En ‘Drink uit de bron en was je in het water.’ En later ‘Zeg tegen de priesters dat ze hier een kapel moeten bouwen en in processie hierheen moeten komen.’
Dat drinken uit de bron was wat lastig want er was geen bron. Het kind krabde dus spontaan de grond open en weldra liep er een dun straaltje water over de grond. De wonderbron was geboren.
Pas nadat de jonge heilige in wording herhaaldelijk naar haar identiteit had gevraagd, zei de wonderschone vrouw in boerendialect:
‘Qué soy éra Immaculada Councepsion’ ofwel ‘Ik ben de conceptio immaculata (de onbevlekte ontvangenis).’
Een groot deel van de bewijsvoering dat we hier met een echt wonder te maken hadden, draait om deze laatste opmerking. Hoe kon een ongeletterd kind van amper 14 jaar een dergelijk moeilijk theologisch begrip verzonnen hebben. ‘Immaculada Councepsion.’ Het kind heeft dat woord nooit gehoord, kan het helemaal nooit gehoord hebben. Dit moest echt gezegd zijn door Maria. Aldus Roomse vorsers. In zijn ‘Pyreneeënboek’ geeft Tucholsky hiervoor echter een andere en vrij logisch klinkende verklaring. Drie jaar voor de beschreven gebeurtenis, op 8 december 1854, was door Pius IX het dogma van de conceptio immaculata afgekondigd, dat bijna evenveel opzien had gebaard als de onfeilbaarheid van de Paus. De Bernadette-traktaatjes en andere –literatuur verzwijgen angstvallig dat ten tijde van het wonder het dogma al geruime tijd, ex cathedra afgekondigd, ter tafel had gelegen. Het was dus niet alleen mogelijk, maar zelfs hoogstwaarschijnlijk, dat het kind deze uitdrukking van de priesters had opgevangen, zonder die te begrijpen. En we weten hoe Latijn werkt op degenen die het niet verstaan.
Ook nu weer ontstond veel politiek gekrakeel, hallucinaties van een ziek kind werden een politieke affaire, maar Napoleon III hakte de knoop door. Het land had zijn wonder.
Bernadette heeft er weinig lol aan beleefd. Toen het oord eenmaal tot bedevaartplaats was verheven, mocht Bernadette de commercie geen concurrentie aandoen en werd in 1866, op 22-jarige leeftijd overgebracht naar het moederklooster van de orde van Soeurs de la Charité de Nevers, en daar stierf ze op de leeftijd van 35 jaar. In verband met haar naderende zaligverklaring hebben ze haar in 1929 opgegraven en tentoongesteld in een glazen kist in de Chapelle du Couvent St-Gildars te Nevers. Zij is daar nog steeds te bewonderen.
De zieken en anderszins misdeelden stroomden toe. In 1873 kwamen 140.000 pelgrims, in 1908, 400.000 en in 1988 was het miljoen bereikt. Hele busladingen tegelijk worden over het dorp uitgestort. De plaatselijke middenstand heeft hier gewijd op in gespeeld en overspoelt de nauwe straatjes met alle maten plastic flesjes in de vorm van Maria, waarin het genezing-brengende water kan worden opgevangen. Maria’s met elektrieke illuminaties, Maria in hout, in gips, op papier en in reliëf, aan een ketting, op een ring, Bernadette als speelfilm op video, Bernadette op een ansichtkaart, de Paus op bedevaart, bij de bron, en een menigte zegenend, grote jerry-cans om nog meer water op te vangen ……….. En daar tussendoor slalommen de invalide-wagentjes met de hopenden en de hopelozen. Op zoek naar genezing.
Achter de grot, gelegen tegen een heuvel, liggen vlak achter elkaar twee kathedralen. De laagst gelegen kerk spreidt twee trappen als armen naar de stad uit. Het dak wordt gesierd door een helblauwe/gouden kroon met een doorsnede van pakweg 15 meter. Binnen zijn de muren bekleed met rechthoekige marmeren tegels van allen gelijk afmetingen en allen met de inscriptie ‘Merci’. Soms staat de naam van de afzender bij vermeld en heel soms was de dankbaarheid zo groot dat er een grotere plaat werd aangeschaft zodat het hele verhaal van de genezing er in gebeiteld kon worden.
De bovenste kerk is kennelijk bedoeld om nog meer devotie uit te lokken. Een trapje dichter bij Maria. Hier is ook een gebedskapel. In de gang ernaar toe staat een in korte pij geklede figuur tegen de muur geleund. Doodstil. Modderige voeten in sandalen, stoffig kort haar en een onbestemd doch verstild jong gezicht. Ook bij nadere beschouwing kan ik niet achter de sexe van deze asceet komen. Eerst denk ik dat het een jongen is, maar later neig ik weer tot een jonge vrouw. Zij/hij ziet er slecht en moe uit. Hij/zij schijnt niet van zijn/haar omgeving bewust te zijn en kijkt met naar binnengekeerde blik naar de tenen. Ik besluit dat het een jonge uitvoering is van Franciscus van Assissi die op zoek is naar innerlijke vrede. Deze oplossing schenkt mij in ieder geval vrede en ik zorg dat ik zo snel mogelijk buiten kom.
O, Lourdes.
Ocharme.
‘Et expecto resurrectionem mortuorum’.
‘Et vitam venture seaculi.’
Amen.
O, Lourdes.
Ocharme.

Tucholsky in 1930: ‘Deze georganiseerde bedevaarttochten met de trein en met korting op kaartjes, deze elektrisch geïllumineerde kerk, die eruit ziet als een feestzaal in Montmartre, de gruwelijke prullaria, die er de toon aangeven, niet alleen in de domme winkels, maar ook in de kerken zelf, deze ongodvruchtig opgezette altaren, schrijnen, ornamenten, kleden, lichtarmaturen: dat heeft zelfs met industriële productie niets te maken’.
En dan de grot. De grot zelve.
‘Bienheureuse Bernadette, priez pour nous!’
Het laat geen twijfel, de armzalige bron van Bernadette produceert inmiddels 1200 hectoliter water per dag. Aangetoond. Van niets naar 1200 hectoliter. Alsoffeme dat geen wonder is. Wat is dan wel een wonder.
In Lourdes wordt de volgende regel gehanteerd: ‘Zulke genezingen komen in de medische wetenschap niet voor – ze dragen dus een bovennatuurlijk en niet geneeskundig karakter’. ’Bovendien gelden twee zaken: ‘Het gaat niet om een zenuwziekte’ en ‘De genezing moet onmiddellijk intreden’. Zo dat weten we dan. Een wonder kan geen zenuwziekte betreffen, geeft onmiddellijke genezing en we, de medische wetenschap, snappen het niet en dus is het bovennatuurlijk.
Welk een hoogmoed. De wetenschap kent het niet en dus is het een wonder. ‘De Wetenschap………’. Alsof er buiten de huidige kennis geen zaken onbekend zijn, immers nog ontdekt moeten worden. Of nooit ontdekt zullen worden omdat het vernuft van de ‘wetenschap’ niet toereikend is. Een wonder? Een wonder? Steek uw neus dan in de boeken, leer iets en denk na, waarom de genezing dan toch nog tot stand is gekomen, langs welke weg, door welke invloeden……
Te grofvingerig om dit weefsel uiteen te rafelen, transponeren zij krachten die ze niet kennen naar buiten toe en daar staat Moeder Maria in haar volle pracht.
‘Krachten die we niet kennen? Er zijn geen krachten die we niet kennen! Nee, nou nog mooier! Klets toch niet over onbekende krachten. Die zijn van God’.
O, Lourdes.
Verkeerd geplaatst in de tijd. Groot anachronisme.
Voor de grot staat een enorme, drie etage hoge, ronde kandelaar. Daar kan men zijn kaarsen in plaatsen naar gelang van grootte, en dat is weer afhankelijk van de hoeveelheid duiten die men even tevoren heeft willen neertellen om dankbaarheid en/of financieel welbevinden tot uitdrukking te brengen. Rechts achter de kandelaar staat Maria, iets hoger in de grot geplaatst. Monsieur Fabisch uit Lyon maakte dat beeld voor 7000 francs. Toen Bernadette dat beeld zag antwoordde ze op de vraag: ‘Is dat jouw Maagd zoals jij die gezien hebt’ met ‘In de verste verte niet’.
Nu lopen er lopen er miljoenen mensen onder door, raken de rots aan en kussen die. De rots is er van uitgesleten. En dan links, daar hoog, hangen de stoffelijke bewijzen van de wonderen. Enige tientallen krukken aan een waslijn. Kennelijk spontaan daar achtergelaten, waarna de eigenaars vrolijk huppelend en Bernadette dankend, ‘Mercie’, het bedevaartoord uit stoven. De beheerder die ’s avonds niet wist wat hij met deze prothesen moest doen, hing ze op. Een normaal mens zou ze naar het depot ‘gevonden voorwerpen’ brengen, maar in deze contreien hangt men ze aan een waslijn en zet er een collectebus bij.
O, Lourdes.
Ocharme
Worden er in Lourdes dan geen wonderbaarlijke genezingen geregistreerd? Jawel. In 1858: 27, in 1883: 145 en in 1903: 133. Sindsdien zit er stevig de klad in. Ondanks de toenemende stroom bezoekers. Zijn de geregistreerde genezingen dan geen genezingen? Waarschijnlijk toch wel. Maar of het wonderen zijn? Eerder ‘self fullfilling prophecies’. Bechterev zegt in ‘Bedeutung der Suggestion fϋr das socialen Leben’: ‘De grond voor de toekomstige genezingen wordt reeds voorbereid op het moment dat de zieke voor het eerst het gerucht verneemt over de wonderbaarlijke kracht van het heiligdom en in zijn ziel het eerste vonkje hoop is aangeblazen’.
O, Lourdes.
Jij gelooft in geen God.
Jij verafgoodt Mammon.
‘Seigneur, faites que je marche!’
Ik vind het genoeg. Ik neem zelfs geen souvenir mee van deze religieuze kermis, deze katholieke lotto, deze schandelijk fopspeen.
Ik ga hier weg.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
In het jubileumjaar 2008 worden er 8 miljoen bezoekers verwacht. De meningen over genezingen en wonderen zijn met de tijd mee-geëvalueerd.

Prof. Michel, hoofd van het Medisch Comité van Lourdes zegt anno 2008 daarover:
‘Van buiten uit werd de bedevaart naar Lourdes lange tijd gezien als een vraag om een miraculeuze genezing. Waarom ook niet, maar Lourdes zou niet mogen herleid worden tot genezing/geen genezing. Voor de Kerk en evengoed voor de pelgrim is een bedevaart naar Maria heel wat meer dan een trip naar het mirakel. Het is een gebeuren van liefde, gebed en eenheid onder de lijdenden. In Lourdes geraakt de zieke uit het isolement van zijn bed, kamer of ziekenhuis, en in een wereld van efficiëntie krijgt hij de eerste plaats’.
‘Van buiten uit’. Huh? Dus de clerus en consorten zagen het anders? Geneuzel. De kerk heeft de miraculeuze genezingen jarenlang gecelebreerd en bezongen. ‘Waarom ook niet’ zegt hij erbij. Ja, dag, bedenk eens wat beters.
Let wel, in Lourdes is de laatste 20 jaar niks veranderd. De commerciële troep is er nog, de geldmakerij, de kaarsen, het beeld, kerken, les brancadiers, de video’s zijn dvd’s geworden, en de prothesen zijn weg.
En het hoofdthema blijft de verschijning van Maria. Het wonder. En dat viert Benedictus in 2008. Nergens is het hoofdthema de patiënt en nergens is het thema van de flyers en traktaten ‘eenheid onder de lijdenden’. Nergens.
Soit.

Geen opmerkingen: