zondag 14 september 2008

De Italiaan

Nu ik ga ik jullie beleren over het verschijnsel Italiaan. Heb ik jullie de vorige keer al enig inzicht gegeven in zijn verkeersgedrag; nu gaan we iets verder de diepte in. De psychologie van de laars-bewoner. Dat klinkt heel aanmatigend en ik kan jullie zeggen dat is het ook.
Mijn eerste contact met Italianen en Italiaans in het bijzonder was een tekstje dat onder de ramen hing van coupés in Nederlandse treinen van zo’n 30 jaar geleden. “E pericoloso sporgesi” stond er. Het stond er ook in het Engels “Don’t spit out of the windows”, dat verklaarde veel.; een Nederlandse versie herinner ik mij niet. Italianen mochten dus niet uit de ramen van Nederlandse treinen spugen. Daar stonden ze kennelijk bekend om. Met al dan niet gerichte fluimen, in doel gemankeerd door de snelheid van de trein, Nederlandse burgers het vocht om de oren slaan. Het leek mij een vrijgevochten stelletje, die Zuid-Europeanen. Dat deze mediterrane wijndrinkers verantwoordelijk waren voor zo ontzettend veel schoons in bouwwerken, muziek, schilderkunst, religie heb ik pas later geleerd.
Ik race richting Rome. Eerst Parma, dan Lucca, Orvieto en nog zo’n paar dwarsstraten. Boven de snelweg staat dat het verboden is links te rijden als je daar niks te zoeken hebt “Solemento per il surpasso”. Ik zeg het tien keer achter mekaar “Solemento per il surpasso”,. Met kracht bijna spuwend “Solemento per il surpasso”. “Alleen als je moet passeren”.
Maar italianen willen altijd passeren. Op de weg, in de kunst, in de muziek, in de onderhandeling, in de wijsheid, in de godsdienst. Altijd passeren, altijd beter (willen) zijn.
En nu met de gebakken peren zitten. Vijftig procent van werelds cultureel erfgoed staat (of ligt of hangt of klinkt) in Italië. Vijftig procent. Mama mia. Dat is een probleem. Alleen al met al met de verkoop van de kunstschatten uit de Vaticaanse musea kan je miljoenen honger-oedeem kindertjes een briljante toekomst geven. Dat moet Benedictus XVI toch deugt doen. Maar hij verkoopt niks.
Dus zitten al die Italiaanse pubers tussen al die kunstschatten gemaakt door hun briljante voorouders en kunnen slechts hopen. Ooit ook eens iets van formaat te maken. Dat lijkt mij een zwaar en drukkend leven. Je hebt Michelangelo, en Leonardo da Vinci, en Bernini, en Boromini, en Rafael, en Titiaan, en Cesar, en Cleopatra (O nee die was van de andere partij) , en Johannes Paulus XXIII en Jopie Groen (Guiseppe Verdi) en de Borgia’s (waaronder een incestueuze en moordende paus) en de Medici’s, maar ook Versace, Armani, Gucci. Noem maar op. Met de encyclopedie erbij kom je nog veel verder. Ach Italia. Bella Italia.
Dus wat mot je als revolterende puber tegen die, niet te ontkennen, overmacht van creativiteit en vindings-drang. Je pakt je scooter en scheurt er van door. Je regelt wat, je rommelt wat, je maakt een dealtje, je schuift wat geld, koopt wat invloed, je koopt wat om, je lacht, en oefent wat druk uit, niet te erg, net door de beugel, ietsje meer, nou ja slechts 1 keer, en nog een keer, iets groter, heel groot, ook heel grote glimlach. Kortom zoals de ex-premier van je land, de groot-mogol, Silvio Berlusconi. Alles op rommelen, uiterlijk, pakken, gebitten, haren.En ook hier weer iets groter dan de rest. Inhalen en passeren. Vergelijk Berlusconi nou eens met onze eigen toprimineel Holleeder. Die reed ook scooter. Maar daar stopt de vergelijking.
Het land is corrupt, het verkeer een drama, de economie een ramp. Maar wat wil je met zo’n verleden.
Italië, prachtig land, misschien wel overweldigend land, rommel maar aan want waarschijnlijk heb jij de wijsheid in pacht.



Geen opmerkingen: