maandag 20 oktober 2008

La Traviata en de drie musketiers

Alexandre Dumas is de auteur van wereldberoemde boeken als ‘De drie musketiers’, ‘De graaf van Monte Christo’ en ‘Christine’. Hij was de erkende, maar buitenechtelijke zoon van de Franse generaal Thomas Alexandre Dumas, en kleinzoon van Antoine Alexandre Davy, marquis de La Pailleterie en de zwarte slavin Marie-Cesette Dumas. Thomas, was een generaal in het leger van Napoleon, maar die laatste verdacht hem ervan een gooi te willen doen naar het opperbevel en zette hem gevangen. Toen hij uiteindelijk vrijkwam was hij lichamelijk kapot. Het enige wat hij nog wilde, en kon, was een nazaat. Alexandre, een mulat, werd geboren.
Dumas was verzot op het leven, de vrouwen, eten, duelleren, werken en reizen (en over al deze onderwerpen schreef hij boeken en toneelstukken. Zijn kookboek beschouwde hij overigens als zijn belangrijkste boek: ‘La Grand Dictionaire de Cuisine’, waarin vermakelijke recepten zoals ‘Neem een of meerdere poten van jonge olifanten, vil en ontbeen ze, na ze vier uur te hebben laten weken in lauw water. Deel ze in de lengte in vieren en hak deze stukken in tweeën. Blancheer ze een kwartier lang in water enz. enz..’)
Als tiener vertrok hij naar Parijs om daar zijn geluk te beproeven. Hij werd klerk bij de hertog van Orléans en schreef in de avonduren zijn eerste toneelstukken. Al snel kon hij van schrijven zijn brood maken en boekte het ene succes na het andere. Bij tijd en wijle bulkte hij van het geld en was net zo vaak arm als een kerkrat. Want geld uitgeven kon hij. En hij, ‘de koning van Parijs’, pronkte er mee. Paul Huet, de landschapsschilder, zou hem eens toegevoegd hebben: ‘Een mens krijgt zonnesteek, alleen al van het geglinster, als men jou passeert.’ Hij vergaarde alle roem en eer die een Franse schrijver in die tijd kon krijgen.





Maar de afgunst van zijn collega’s zorgde ervoor dat hem nooit is gevraagd toe te treden tot de elite-club, de ‘Académie Francaise’. Dat lukte zijn zoon, geboren uit Dumas’ verhouding met Cathérine Lebay en gewettigd aan haar sterfbed, wel.
Alexandre Dumas fils heeft heel zijn leven in de schaduw geleefd van de overweldigende levende legende. Eenmaal trad hij uit de schaduw. Fils werd verliefd op een 21-jarige Parijse courtisane, Marie Duplessis, favoriete van de miljonairs-leden van de Jockey Club, die gezamenlijk haar luxe leventje betaalden. Als teken van haar beschikbaarheid, droeg ze bij haar bezoeken aan de opera gedurende 25 dagen van de maand een boeket witte camelia’s, terwijl de overige vijf dagen het boeket was samengesteld uit rode camelia’s. La Dame aux Camélias.



Père, die graag zag dat zijn wat schuchtere zoon eens van het leven ging genieten, moedigde zoonlief aan.
‘Maar pa, ik heb geen geld’.
‘Geld? Betalen de vogels voor hun eten? Dichters en artiesten moeten vrij toegang hebben. De wereld der schoonheid komt je toe krachtens je geboorterecht!’
‘Maar ik zeg u toch dat ik haar niet eens ken.’
‘Als men Alexandre Dumas heet,’zei Père, ‘is de naam op zichzelf de introductiebrief.’
Fils kwam met haar in contact en raakte smoor. Zij kregen een innige verhouding, maar Marie, gewend aan haar luxe, die fils niet kon betalen, en inmiddels lijdende aan open tuberculose, kon haar leven niet opgeven. In een poging afstand van haar te nemen nam hij de uitnodiging van zijn vader aan om mee op reis te gaan naar Spanje en Portugal. De reis werd één grote triomftocht voor père.
‘Allessandro Dumas. Los tres mosqueteros!’
Toen hij terugkwam was Marie Duplessis, 23 jaar oud, overleden. Haar graf, waarop haar meisjesnaam ‘Alphonsine Plessis’, is te vinden op het kerkhof van Montmartre. Het is ook 160 jaar na dato nog meestal overdekt met haar geliefde camelia’s.
Jaren later schreef fils zijn eerste succesvolle boek ‘De dame met de camelia’s’, een geromantiseerde versie van zijn eerste grote liefde, dat later ook als toneelstuk op de planken zou komen. Giuseppe Verdi baseerde zijn opera ‘La Traviata’ op deze geschiedenis.

Geen opmerkingen: