Vanachter mijn bureau heb ik een mooi uitzicht over de tuin. Aan een draad die boven het terras is gespannen en waar over een wijnrank groeit heb ik twee voederhuisjes gehangen met respectievelijk premium-pinda’s van de Vogelbescherming en Garden Special van Vita: ‘Mit Liebe fϋttern’. En sindsdien is het daar kermis. Alle mogelijke kleine vogels komen fϋttern. Ik heb geen idee hoe ze allemaal heten, maar ze trekken zich daar niks van aan. Uit de hoge Thuja ofwel levensboom die een eindje verder in de tuin staat, komen ze met een duikvlucht naar beneden zetten en mikken daarbij nauwkeurig op een collega die rustig hangt te nassen.
Ik heb me dus een boekje aangeschaft. De ‘Handige Wandelwaaier’ afdeling Vogels. In deze ‘Handige Wandelwaaier’ staan allerlei vogels onder de combinatienaam ‘Doortrekkers en Wintergasten’. Ik denk bij doortrekkers aan wat anders dan wat hier vermoedelijk bedoeld wordt, maar laat me er niet door weerhouden bij het verschijnen van een opgesierde mus eens te kijken wie er nu weer mijn tuin bezoekt. En welaan, ik heb een koolmees op bezo
ek. Het beest lijkt sprekend op die op mijn waaier. En dat verbaast mij. Er zullen er toch wel een paar miljoen van rondvliegen en laat de tekenaar nou net mijn mees hebben geschilderd. ‘Let op zwarte band over borst en buik’, zegt mijn waaier streng. Wat je zegt, op borst en buik. ‘Zo groot als Mus’, staccatoot mijn waaier. Ik heb even geen mus ter vergelijking maar ik gok dat dat wel goed zit.En zo determineer ik de pimpelmees, die een gevarieerder eter is dan de koolmees en zowel het Vita voer als dat van de vogelbescherming nuttigt en de boomklever die met grote regelmaat op zijn kop hangt om de premium pinda’s te eten. Dat schijnt in die wereld een handige techniek te zijn. Daar beginnen roodborstjes niet aan. Dat zijn geen acrobaten Zij nippen het voer weg van de grond dat de anderen slordig hebben achter gelaten. En het hele kleine winterkoninkje laat zich nu niet vaak zien. Zal wel in zijn naam zitten.
Ik ben geen grote vogelkenner, dat moge duidelijk zijn. Ik heb een vriend die tijdens zijn normale, dagelijkse werkzaamheden achter zijn bureau op een briefje noteerde welk vliegend gespuis nu weer was langs zijn raam vloog. Ik keek wel eens op dat briefje en las namen als Gekraagde Roodstaart, Boompieper (er is ook een Graspieper meldt de waaier), Akkermannetje, Kneu en nog zo wat exotische namen die ik absoluut niet kende laat staan zou herkennen. Maar net zoals bij planten die ik ook niet bij naam ken, vind ik vogels wel boeiend. En net zo als in Nederland ga ik in het buitenland graag naar dierentuinen en vogelparken.
Bij een bezoek aan Singapore enige jaren geleden bezocht ik Jurong Bird Park, het grootste vogelpark van Azië. Net zoals vroeger bij Artis, zaten bij de entree een hele trits bont gekleurde papegaaien op hoge zitstokken. Het was rustig bij de ingang en ik stond me wat te oriënteren toen er een enorme bus stopte die een wagonlading Japannertjes over de hal uitstortte. Ik voelde me opeens een reus daar tussen al die dribbelende, bijz
iende Nipponnezen. De inval was geprogrammeerd, want van alle kanten kwam personeel aanzetten die de papagaaien van hun stok haalde, ze op de schouder van een willekeurige Jap plantte en de inmiddels ook gearriveerde fotograaf nauwelijks de gelegenheid gaf een shoot te doen alvorens het beest te verplaatsen naar een aanverwante schouder. En net zo snel als ze gekomen waren verdwenen ze weer op bevel van de grote leider de bus in. Geen stap hebben ze in het park zelf gezet. Eén foto voor thuis en weg waren ze.Het was lekker rustig in het park. Het regende dus de meeste vogels hielden zich gedeisd. Er waren een paar paviljoens en ik stapte de eerste de beste binnen. En daar waren ze. De humming birds. De kleinste vogeltjes ter wereld. De kolibri. Stapels hokken met vele soorten van deze immens kleine vogeltjes. Die stilhangend in de lucht op hoogte gehouden door hun razendsnel klappende vleugels zich te goed doen aan nectar of suikerwater. Dat zo’n klein beestje, met het gewicht van een suikerklontje, zoveel energie kan opbrengen is ronduit verpletterend. Ik heb er een uur staan kijken. Roffelend hingen ze in de lucht. De hele dag moeten ze drinken hebben anders houden ze dat beweeg niet vol. Soms vliegen ze ook nog achteruit. Kost nog meer energie.
Terug naar de Hollandse werkelijkheid. Bij de nationale vogel-tel-dag werd de vink eerste. Bij mij zijn het meest mezen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten