zondag 9 november 2008

Man-doe-er-wat-an

Een typisch Nederlandse manier van vakantie houden is op pad gaan met de sleurhut of met een camper. Ik denk dat Nederland de hoogste camperdichtheid heeft van Europa. Ook ik ben een groot aantal keren met een gehuurde camper op pad geweest. Samen met mijn hond Badjah. Twintig jaren oud. Een kruising tussen een Duitse herder en een whippet; een hele kleine hazewind. Eén van de twee ouders stond tijdens de conceptie op een krukje. Met het resultaat was ernaar. Ik had haar overgenomen van de vader van een vriendin die naar een bejaardenhuis moest. Ze heeft zeventien jaar achter me aangelopen. Badjah dus, niet die vriendin. Nu reden we samen door het Franse en Noord-Spaanse land en waren op de terugweg toen we de volgende ontmoeting hadden.

’s Avonds stoppen we op een schitterende camping
‘Belvédère du pont de Lanau’. De camping ligt in terrassen tegen een berg aan en geeft een mooi uitzicht op een rivierdal. Het regent met bakken. Ik doe het licht en de verwarming aan en heb een riant uitzicht op de door de plassen soppende, regenjassen en parapluen torsende tentbewoners. Ik schurk mijn schouders in de kussens.

Recht voor mij komt een VW Golf met Nederlands kenteken tot stilstand. Het gebrek aan manoeuvreer-ruimte welke het terras biedt brengt de door de beslagen ruiten nog onzichtbare chauffeur in merkbare paniek. Zijn ijverig gesleur aan het stuurrad doet de banden stevige modderkuilen graven in het gras. Na tienmaal voor- en achteruit staat het vehikel stil. De deur gaat open en er verschijnt een paraplu. Daarna volgt pa, behoedzaam voetje voor voetje de modder aftastend naar vaste grond. Ma blijft zitten en kijkt met een gezicht van man-doe-er-wat-an. Hij kijkt omhoog, naar haar, en weer omhoog. Ma denkt zichtbaar: ‘Sul, laat die regen dan stoppen. Ik kom er niet uit voor de regen stopt. Ik ga me daar in mijn nieuwe Zeeman-spullen die tent niet in de regen staan opzetten’. Pa kijkt besluiteloos rond en haalt zijn hand door het lichtgrijze, kalende haar.

‘Stoppen laten. Hoe kan ik de regen nou stoppen laten. Zo dadelijk wordt ze kwaad en is onze hele eerste vakantieavond naar de knoppen. Moet ik mijn matras weer in de voortent leggen. Stoppen laten……..’ Hij krijgt een idee. Hij neemt het op met de eigenares van deze bedoening. In Nederland zijn we gewend aan regen, maar de Fransen zullen er wel een truc op hebben. Hij gaat zich beklagen en zal eisen dat de regen stopt. Hij sjokt naar beneden. Zij blijft achter, strak voor zich uitkijkend, en trekt zijn portier met een klap dicht. Na enige minuten komt hij onverrichter zake weer boven en kijkt naar de dichte, beslagen ramen van de auto. Is ze nog steeds boos?

En dan stopt de regen. He did it. My god, he did it. Twijfel-tobberig kijkt hij naar de lucht of het weer geen spelletje met hem speelt. Maar het blijft droog. Het is hem gelukt. Het portier gaat open en moe stapt uit. Haar stevige wandelschoenen zakken tot en met de profielzool in de modder. Samen zetten ze de tent op. Wanneer deze klus geklaard is, rommelt ze nog wat in de bagage en vertrekt met badspullen richting sanitair blok. Pa houdt de wacht staande naast de auto. Af en toe kijkt hij de weg af om te zien of ze er al weer aankomt. Het is weer gaan regenen. Badjah staat op, loopt naar een nog lekkerder plekje en slaapt weer verder. Ik sla een boek open.
Als ik ’s avonds het restaurant binnen kom, blijken de enige andere gasten mijn vrolijke buren te wezen. Zij zitten met natte, gewassen haren tegenover elkaar en kijken door de beregende ruit naar het lege zwembad. Zij zeggen niets. De eigenares van het etablissement komt met de kaart en deelt vast water en brood rond.

En dan barst het los. In onvervalst scheldend Amsterdams. Hoe het godsamme mogelijk was dat de douche het niet dee. Dasse al helemaal uitgekleed was en datter allenig maar koud water uit kwam. Hoe isset mogelijk voor die prijs. Hij doet af en toe ook een duit in het zakje en kijkt wat besmuikt naar mij. Alles had ze al uit. Na die lange rit wou ze zich wel effe opknappen. De regen sloeg door het hok heen. Koud dat ze het had. En dat voor die prijs.
De uitbaatster probeert vriendelijk uit te leggen dat twee van de vijf douches het wel doen en dat het nog wat vroeg in het seizoen is om ze alle vijf te laten werken. Die ondervinding had ik inmiddels ook al. Ik was eerder op de avond, slechts gekleed in handdoek, springend door de regen van de ene douche naar de andere gerend voordat ik een warme aantrof. Toen ik klaar was met mijn waterballet bleek ik mijn onderbroek in één van de andere badhokken achter gelaten te hebben. Mijn capriolen waren niemand opgevallen. Het was nog wat vroeg in het seizoen.

De discussie is er inmiddels niet kalmer op geworden. Elk in hun eigen landstaal slaan ze elkaar met argumenten om de oren. En dat voor dat geld. Ik bied mijn vaardigheden als vertaler aan. En zowaar dat wordt op prijs gesteld. Ik vertel hen over de douches en waarom er nog maar twee in werking zijn en leg de francaise uit dat de lange rit en de regen het humeur van mijn landgenoten reeds tot het nulpunt had doen dalen. De koude douche was de druppel. De rust keert terug.


Geen opmerkingen: