Soms ging ik hogerop en wierp een borstel met een zwaar gewicht in de schoorsteen van de openhaard in de hoop dat het stookkanaal daar schoner van zou worden. Eén keer is de borstel in het kanaal blijven steken en niet beneden gearriveerd. De borstel zat vast. Ik had dat scenario al keer van een collega gehoord en die had voor veel geld het rookkanaal moeten laten openbreken teneinde zijn borstel en het vrije verkeer van rook en trek weer terug te krijgen. Gelukkig kon ik met enige moeite, via de openhaard, graaiend in de schoorsteen de borstel te pakken krijgen en lostrekken. Er volgde een lawine aan roetproducten.
Hoog dakverkeer was mij dus niet ongewoon. En nooit last van hoogtevrees. Totdat ik wat ouder werd. Totdat de bravoure wat ging rusten. Ik was bij de Sagrada Familia in Barcelona. De meer dan fantastische kathed
raal van Gaudi die al decennia in aanbouw is, omdat hij alleen met geld van particulieren gebouwd mag worden. Dus geen overheidssubsidies en bedrijfssponsoring. Ik bezocht dit bouwwerk en zag dat de mogelijkheid bestond ook de torens met liften te bestijgen en dan via een trap weer af te dalen. Dus eerst snel hoog en dan langzaam omlaag. Via een ronddraaiende trap naar beneden. In een kathedraal in aanbouw. Sagrada familia. De heilige familie. Ik ging naar boven. Niks aan de hand. Stapels mensen deden het. En boven was het uitzicht grandioos.En dan ga je met de trap naar beneden. En dan zie je dat de glazen nog niet in de ramen zijn gezet. Dat je dus een open verbinding hebt met het 40 meter lager gelegen Barcelona. En dat ook aan de binnenkant geen beveiligend ijzerwerk is aangebracht. Je kijkt recht in de afgrond van de toren.
Dat voelt niet echt echt lekker. Je loopt van een trap af en bij een verkeerde stap verdwijn je een tiental meters de diepte in. Om net zo als Gaudi te sterven aan de voet van de kathedraal. (Gaudi werd vlak voor de kerk overreden door een tram en stierf later in een plaatselijk ziekenhuis).
Ik verstijf. Durf geen stap meer te verzetten. Ik realiseer me dat ik verder moet omdat ik anders op deze plaats zal mummificeren of erger, door achtervolgers zal worden gepasseerd. Dus stapje voor stapje ga ik verder. Trillend. Kijkend naar de volgende tree. En niet naar buiten.
Zwetend bereik ik de begane grond. Doel bereikt. Ik ga zitten op een richel aan de overkant van de uitgang en wacht hoe andere bezoekers deze dodegang overleven. Na enige tijd gaat de deur open en komen twee pubermeiden kletsend en alleen in beslag genomen door eigen zaken de deur uit. Giebelend lopen ze weg. Ik voel me oud.
Ik voelde me niet oud toen we aanvlogen op Los Angeles. Ik zat lekker te lezen, we zouden gauw landen en mijn buurvrouw zorgde voor de nodige chocolade-versnaperingen. Ik was op weg naar Hollywood om eens te kijken waar al die crooners en stars hun bedoeninkje hadden. De gezagvoerder van ons vervoermiddel deelde mee dat we wat te vroeg waren en dus in een parkeerbaan werden gezet. Prima. Ken ik. Geen punt. Een beetje rondjes draaien en dan dalen. Over een paar minuten zouden we landen.
Ik keek door het raam naar beneden en zag Los Angeles volstrekt stil onder ons liggen. De motoren deden van mwung, mwung, mwun
g, langzaam dus, en niet van jangjangjangjang, laat staan juuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuut. We hingen stil boven de stad. Mwung …… mwung ……. mwung. Mijn buurvrouw zegt: ‘There’s something wrong with the engines’. De engelen van Los Angelos hadden kennelijk geen dienst. Ik knijp mijn knokkels wit op de leuningen. Minuten lang hangt die grote kist boven de files van L.A.. het is kennelijk spitsuur daarbeneden. Mwung …… mwung ……. mwung. Het is doodstil. De lichten zijn grotendeels uit. Iedereen is in verwachting van de finale mededeling: ‘Ladies and gentlemen. We have a problem’.
En dan plots komt de vaart er weer in, gaat het mwung weer over in juuuuuuuuuuuuuuuu-uuuuuuuuut en landen we probleemloos.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten