allen. Ik liep naar de balie klaar om me in te checken. Voor de balie stonden clubjes mensen opgewonden te kletsen. Ik probeerde op te vangen wat de oorzaak was van de commotie, maar mijn Braziliaans-Portugees was niet toereikend om licht te vinden in de duisternis. Ik kan daar aan toevoegen dat mijn kennis van die taal zelfs niet toereikend was om ook maar iets te begrijpen al werd het duidelijk articulerend in mijn oor getetterd.Ik wendde mij tot een grond-versie van de cabine-serveerster en vroeg in het Engels wat er aan de hand was. De vlucht naar Cascavel had een vertraging tot 11 uur die avond, zei ze. Zij gaf mij een bon voor een kopje koffie, lachte me vriendelijk toe en verwachtte dat daarmee de 5 uren vertraging mooi waren opgelost. Maar.. maar.. maar, begon ik. Zij kneep in mijn arm. Alles komt goed, stelde ze me gerust. O ja, zei ik. En mijn bus dan? Blijft die wachten tot ik vijf uur te laat, ver na middernacht aankomt? Nou dat leek haar niet waarschijnlijk. Ik moest maar even naar de klanten service gaan en het probleem daar voorleggen.
Voor de klantenservice stond al een rij. Achter het loket zat een jongetje dat kort geleden van de lagere school was weggeplukt, een te grote bril op zijn neus was gemonteerd, in een pak van de luchtvaartmaatschappij gehesen en op de kruk gezet. Dit was onze alwetende antwoordmachine. Ik pakte mijn spullen en verdween voor even in een luchthavencafé.
Een paar uur later was de wacht achter het loket gewisseld en de rij verdwenen. Ik ging eens informeren over de mogelijkheden. Ik vroeg de dame of er een hotel was op het vliegveld van mijn bestemming. Ze knikte bevestigend, noteerde alles wat ik kwijt wou en zou het een en ander doorbellen naar het kantoor in Cascavel en ik moest daar maar contact opnemen. Om 11 uur ging het vliegtuig.
Aangekomen in Cascavel haalde ik mijn koffer van de band en rende 6 uur te laat de aankomsthal in. Het was er donker. Alle luikjes waren hermetisch gesloten. Een schoonmaker toerde rond op zijn veeg-, zuig- en poetsapparaat en produceerde daarbij telkens een piepje. Piep…. piep…. piep. Verder was het stil. En er was geen hotel. En er stond geen bus. Buiten stonden wel wat taxichauffeurs. Gelukkig, waar een taxichauffeur is, is een weg. Ik liep naar buiten en zij zagen meteen een klant. Met zijn vieren kwamen ze naar me toe. Ze vroegen waar ik heen moest. Ik vertelde dat. Eén van hen riep een prijs. Dat hadden ze kennelijk afgesproken. Dat ze niet tegen elkaar op zouden bieden. Ik vond het bedrag redelijk en dacht nog steeds dat de vliegmaatschappij dat wel zou compenseren. Ik stapte in en daar gingen we, door het donkere, ongetwijfeld prachtige landschap van de Mato do Sul. Ik knipte een lichtje aan en trok mijn boek tevoorschijn.
Tegen vier uur in de ochtend reden we Foz do Iguaçu binnen. Mijn chauffeur kende de weg en al gauw reed hij de straat van het hote
l in. En dat was een verrassing. Het was hier feest. De hele straat stond vol met dansende, zingende en drinkende Brazilianen. Het was een uitbundig en feestelijk feest. Vol lol, zo te zien, en uitgelaten pret. Ik voelde me brak en wilde naar bed. Ik rekende af, nam de bagage over van de chauffeur en liep de hal van het hotel binnen. Het was er donker. Op een lampje bij de receptie na, scheen er geen licht.Achter de desk zat een meisje. ‘Alo,’ zei ze. Ik alo-de-terug en daarmee was mijn Portugees op. Haar Engels was dat al eerder, zodat we nu met de mond vol tanden tegenover elkaar stonden. Maar zij had een oplossing. Ze pakte een mobiele telefoon, drukt een nummer, riep er na enige tijd wat Portugees in en gaf hem aan mij. ‘Hallo?’ klonk het van de andere kant. ‘Hallo?’ zei ik, ‘Who are you?’. Het was de vlot Engels sprekende manager van het hotel, die waarschijnlijk voor de deur stond te dansen. Ik vertelde hem wie ik ben en wat ik kwam doen. Slapen. Nou, er was op mij gerekend, maar een beetje eerder. Ik vertelde hem van de vertraging. Okay, niks aan de hand, geef de mobiel maar weer aan de juffrouw. Zij kreeg wat Portugese instructies, denk ik, want ze gaf me nu vlot een sleutel en wees me welke kant ik op moet. Ik had een kamer onder het dak, dook mijn bed in en viel als een blok in slaap.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten