Wij zagen er niet veel van, want het was donker. En als het donker is in Rarotonga dan is het heel donker. Wij schuifelden via een ijzeren trapje het vliegtuig uit en de baan op. In een lange slaperige rij haalden we de bagage op en droomden we ons door de douane. Buiten stond een courtesy bus. Hij wachtte op ons en wij gingen allemaal mee; sommigen zittend op hun bagage, maar de meesten hangend aan lussen in een aardedonkere bus. Omdat wij niets zagen konden we ons ook niet voorbereiden op de dingen die komen gingen; zoals wanneer de bus een bocht indook. De bus ging dan plots naar links en wij centrifugaalden met z’n allen naar rechts. Opeens.
Buiten was niets te zien. Het enige licht dat er was, was afkomstig van de koplampen van onze bus. En dat is een eigenaardige gewaarwording. Je bent op een plaats die je niet kent, in het pikdonker, tussen mensen die je ook niet kent maar die je wel bij elke bocht hevig tegen je aangedrukt voelt, onderweg naar weet-ik-waar en met je bagage waar-dan-ook. Dat werkt, laten we zeggen, bevreemdend.
En zo schommelden we zo’n 15 kilometer over de ongeziene atol. Bij tijd en wijle stopte de bus, klapte de deur open en riep de chauffeur de naam van een hotel. En soms stapte er dan ook iemand uit. ‘Excuse me’, mepte iemand een koffer tegen je been. En dan hobbelde we weer verder. Totdat de chauffeur: ‘Edgewaaaattteeer’, riep. Mijn bedoeninkje. Hier moest ik eruit. Het Edgewater Resort. Ik kreeg een kamer op de derde verdieping, belde naar huis, waar het nu dag was, om te melden dat ik was gearriveerd en trok me terug in de sponde.
De volgende dag ging ik op pad om mijn 4 Wheel op te halen die vanuit Nederland was gereserveerd. Hij stond, spic en span, reeds op mij te wachten. Maar er was één probleem. Mijn rijbewijs was hier niet geldig. Ik bedankte mijn reisbureau voor reserveren van de auto en het leveren van alle adequate informatie. Dat werd dus lopen en bussen.
‘Neeneenee’, bezweerde mij de verhuurder van het vehikel, ‘Geen enkel probleem. U haalt hier gewoon een nieuw rijbewijs, uitgegeven door de Cookse autoriteiten’.
Nou dat leek mij sterk. Ik had maar een paar dagen de tijd en dat leek mij onvoldoende, indachtig de vorstelijke periode die ik in Nederland nodig had gehad om daar mijn acte van rijvaardigheid te halen.
‘Meneer gaat u nou even naar het politiebureau, hier een eindje verderop. U zegt waar u voor komt, geeft ze uw eigen rijbewijs, doet een proef en dan komt het allemaal goed’.
Ik mocht de auto dat stukje wel rijden. Druk was het niet op de weg. Hij zou ze bellen dat ik er aan kwam.
Toen ik de parkeerplaats kwam oprijden kwam de dienstdoende constable mij reeds tegemoet.
‘Good morning, Sir. You want a driving licence?’
‘Indeed, sir, officer, sir’.
‘Well than, mister………..?’, hij keek op mijn rijbewijs, ‘… Sentuh’.
‘Santer’, hielp ik hem.
‘That’s what I said’, zei ie. ‘Now if you please go back in the car, drive a circle and come to the office.’
Ik keek hem ongelovig aan.
‘And that’s it?’
Maar hij was al weer naar binnen.
Ik reed een rondje, parkeerde de auto en ging naar binnen. Hij had het rijbewijs al gereed.
GOVERNMENT OF THE COOK ISLANDS
Transport Act 1966
LICENCE TO DRIVE A MOTOR VEHICLE
The Bearer: ……………………………………….Mr. Santer……………………………….
Name
Address
………………………………………………………………VISITOR……………………………………
Occupation
Is hereby Licenced to the above Ordinance to drive the following Classes of Motor Vehicles,
namely:
……………………………………………………Motor……Car……………………………………
Dan volgde de plaats, datum en de handtekening van de Registrar of Motor Vehicles.
Het viel mij op dat het postbusnummer van het Edgewater resort precies gelijk was aan mijn geboortedatum. Het leek mij niet slim daar een opmerking over te maken. Ik betaalde $2,50 en we namen heel tevreden over deze officiële transactie, uitvoerig afscheid. Ik kon op weg om via de enige rondweg van zo'n 30 km het eiland te verkennen.


























