Het was druk bij Alamo. Er stond een hele lange slingerende rij mensen, die allemaal snel weg wilden. Ongeduldig hielden zij hun papieren in de hand. Langs de kant stonden en zaten hun reisgenoten die op de spullen pasten. Amerikaanse jongelui pikte je zo uit dit internationale gezelschap. Die stonden niet, maar lagen op de grond. Koptelefoon op en kauwgum kauwend. Kennelijk waren ze nu al moe van de gedachte aan die snelle dynamische toekomst die er voor hen lag.
Vlak voordat ik aan de beurt was kwam er dame in Alamo-uniform naar me toe, die me een papiertje in de handen drukte en me toefluisterde dat ik eerst deze instructies moest doornemen voordat ik überhaupt in aanmerking kon komen voor één van hun volprezen automobielen. Ik verwachtte enige ronkende taal over aansprakelijkheid, krasjes en terugbreng-informatie. Maar wat ik las was heel andere koek.
In verband met de criminaliteit in Miami werd ons, in een soort tien geboden, verzocht:- Indien de auto op een parkeerplaats werd achtergelaten deze niet af te sluiten i.v.m. mogelijke inbraakschade;
- Indien de auto van achteren werd aangereden, niet uit te stappen maar door te rijden naar het eerstvolgende politiebureau of goed verlichte parkeerplaats;
- Indien car-jackers de auto opeisten, deze zonder dralen mee te geven en geen verzet te bieden;
- Ramen en sloten onder alle omstandigheden gesloten te houden;
- Enzovoort, and so on.
‘Have a time-out in Miami’, stond ronkend op de borden aan de muur. Met je staart tussen je benen door Miami rijden, omdat je bij een aanrijding niet uit je auto mag stappen en je hart luchten met een welgemeend: ‘He druipsnor. Wat doe je nou, bezopen kat? Kan je je rem niet vinden? Als je niet kan autorijden waarom ga je dan niet eerst een paar lessen nemen, voordat je je hondenhok in mijn auto parkeert? Scientology-fan?’ Dat lucht op. Maar nee, hier moest je eerst een politiebureau of een goed verlichte parkeerplaats zien te vinden voordat je de schade kon opnemen. En je ervan verzekeren dat nergens een wapen op je gericht werd. Have a time-out in Miami.
Ik kreeg uiteindelijk mijn bak. Hij was groot. Volautomatisch, deinend en zoevend. Ik voer richting Miami-beach, want daar heb ik een hotel geboekt. Eigenaardig Nederlands. Een hotel boeken. Je boekt geen hotel, je boekt een hotelkamer. Anders wordt het wat begrotelijk. Mij werd een kamer toebedeeld met uitzicht op een blinde muur. Ik hobbelde dus weer naar benede
n en vroeg om de gereserveerde kamer met ocean-view. Geen punt voor de dame achter de receptie. Zij wisselde de kaartjes om en toen had ik een kamer met uitzicht op de Atlantische Oceaan. Tenminste, als ik op een stoel ging staan en me heel lang maakte. Het raam was nogal hoog. In de lobby lagen ze slap van het lachen.De volgende ochtend wilde ik de Everglades gaan bezoeken. Het grote natuurpark bestaande uit moerassen en meren en vol met alligators, een soort krokodil maar dan anders. Maar mijn deinend monster had a flat, een lekke band dus. Ik belde Alamo, want ik kon geen reserveband vinden. Waar ik stond vroegen ze. Ik gaf de plek door en ging in de hotelhal wachten op de nieuwe, althans volle autoband.
Enige tijd later kwam een monteur in Alamo-outfit de hal in lopen. Hij keek rond, herkende een Europeaan, liep op mij toe en vroeg: ‘Mr. Fris, flat?’. Ik zei: ‘Yes, this morning I came……’. Hij drukte me een sleutel in de hand, en vroeg om mijn autosleutel. ‘Sorry?’, zei ik niet-begrijpend. Hij legde uit dat hij een andere auto voor mij voor de deur had staan, en dat de mijne opgetakeld op zijn vrachtwagentje meegenomen werd. ‘O’, zei ik. In plaats van een band kreeg ik een hele nieuwe auto. Deinde ook lekker. Volautomatisch naar de Everglades. Op weg naar Gator-country.












