zaterdag 23 mei 2009

Drie kleine ergernissen

Zeist

Ik sta boven aan de trap. Ik heb een fles allesreiniger van de AH in mijn hand die naar beneden moet. Maar ik heb geen zin om ook naar beneden te gaan want ik moet boven zijn. Dus besluit ik dat de fles alleen van de trap moet. Maar met beleid. Niet met een knal naar beneden maar langzaam glijdend. Heel nauwkeurig gedoseerd. Zodat de fles niet open springt en leegstroomt in de hal, maar met een sierlijke duik naar beneden zeilt. Ik leg hem op de bovenste tree en geef hem een zetje. Hij glijdt wup wup twee treden naar beneden en blijft dan liggen. Ik loop een tree naar beneden en duw hem met een voet weer aan de gang. De fles doet wup wup………………wup en nestelt zich in alle rust dwars op een volgende tree. Zou hij hoogtevrees hebben?


Ik word een beetje giftig. De trap telt 19 treden en zo duurt het tot de lente. We zijn nog maar vijf treden opgeschoten. Ik loop drie treden naar beneden en geef de fles allesreiniger van de AH een harde maar nog steeds beheerste trap. Wupperdewup …………………… …… de wup doet de fles. En ligt weer onbewegelijk. We zijn halverwege de trap. Nu is mijn geduld op. Ik daal verder af en geef hem een knal. Rot op. De fles vliegt naar beneden en ontploft in de hal. Ik sjouw verslagen de treden af en pak een emmer met water. Wat zal de hal schoon worden.

La Rochelle

Het weer is somber en koud, kortom droevig. Net zo droevig als de kip die ik gistermiddag at. Het is een van mijn lievelingsgerechten als ik in Frankrijk ben. Franse boeren hadden vroeger een jus-achtige soep op het fornuis staan die nooit weggegooid werd en waar alleen maar ingrediĆ«nten aan toegevoegd werden om de gebruikte jus te vervangen, ze noemden dat de pot eternal geloof ik. De kip die ik in een wegrestaurant aangeboden kreeg had ook dagenlang in een eeuwige jus rondgehangen. Het van het vocht doordrongen vlees kon zo van het bot gezogen worden. Een soort Franse truckers-bal zeg maar. Niet fris, wel lekker. Maar deze kip was niet op z’n eentje oud geworden; maar samen met wat pruimen, wortels en hele reeksen andere ondefinieerbare gruchten. En om het feest compleet te maken werden ze op een berg rijst/griesmeel/weetikveel gedonderd. Niet te eten. Heb ik voor het goede fatsoen toch maar deels gedaan.

Deba

Ik kijk vanaf mijn hotelkamer op de eerste verdieping zo in de ogen van een hond die op het dakterras ligt van een huis aan de andere kant van de straat. Het is een ruwharige blonde hond, die zijn beste dagen heeft gehad. Soms staat de hond op loopt naar de deur, kijkt verwachtingsvol, loopt weer terug met een wat onzekere gang, een beetje neiging in rondjes te lopen maar hij heeft voldoende ruimte. En dan gaat hij weer liggen. Slechts 1 keer is er een man naar buiten gekomen om de hond eten te geven. Wat denk je hond? Wat denk je? ‘Rotzak waarom mag ik niet naar binnen? Ik kan ook heel rustig naast je bank liggen’. Maar je blaft geen enkele keer. Je kijkt alleen. Is je baas ziek en is het enige wat hij voor je kan doen eten geven? En heb je daar begrip voor? Wat denk je hond? Of herinner je je de bazin? Die net is overleden. En waar de baas om treurt. En jij ook. Kunnen jullie dan niet beter samen treuren, dan hier op het dak te liggen? Herinner je je betere tijden? Dat je een mooie glanzende vacht had? De trots van je bazin? Dat je de vrouwtjes versierde? Naar het strand ging? En rende. Ballen apporteerde en stokken doormidden beet? En nu lig je, oud geworden, de hele dag te wachten tot je de trap af mag en even aan een boom mag ruiken. Het wordt donker. Ja hond, meer zit er niet in vandaag. Tot morgen. Weer zo’n dag.

Kust bij Deba, Spanje




Geen opmerkingen: