Senna slalomde tussen voetgangers op een zebrapad, omzeilde een omgevallen kranten-automaat en parkeerde keurig achteruit in voor het Normandie design-hotel
waar mijn reisbureau mij had ondergebracht. Ik betaalde, pakte mijn koffer en liep de hal in. Daar was het een drukte van belang. Er liepen drukdoende mensen rond en er stond een professionele camera en een batterij filmlampen. Mij werd duidelijk gemaakt dat ik vooral door moest lopen naar de balie en moest inchecken alsof ik de enige in de hal was.Ik liep dus naar de receptie, vertelde dat er gereserveerd was onder de naam Santer en ging op zoek naar mijn pas. Een camera zocht van enige afstand met mij mee. Er werd gesist om stilte, want deze spannende scene vroeg natuurlijk om dreigende muziek en niet om babbelende figuranten in de lounge naast de ontvangsthal. Ik kon mijn pas niet vinden. Dat overkomt mij vaker, vooral als ik binnen een betrekkelijk kort tijdsbestek de pas meermalen nodig heb en ik ook nog een aantal andere dingen te versjouwen heb. Ik stop hem in mijn mond, mijn achterzak, mijn jaszak, mijn binnenzak, mijn rugzak of leg hem even naast me neer, met alle gevolgen van dien.
Ik liep dus alle zakken af en de camera keek hijgend mee. Ook de receptionist moedigde me enthousiast aan hopend op een extra lang shot. Ik was een beetje beduusd. Ik rolde net het vliegtuig, overleefde een kamikaze-piloot en was opeens hoofdrolspeler in een film. Om me heen liepen zo’n 40 mensen rond, inclusief zo’n 25 figuranten die zo te zien van een dure universiteit waren geplukt. Allemaal goed gekleed, allemaal in een geperste zwarte outfit met witte accenten en allemaal stonden ze met een glas champagne in de hand te wachten tot die klunzige Europeaan zijn pas had gevonden.
Ik kon niet bedenken in wat voor scene ik terecht was gekomen. Wel waar mijn pas terecht was gekomen; in mijn rugzak naast mijn portefeuille in een diefstalveilig zakje. Daar was diep over nagedacht, maar ook snel weer vergeten. Ik overhandigde het document aan de stralende receptionist die weer een shot zeker had gesteld. De regisseur drong op spoed aan bij het inchecken. ‘Hurry, hurry’. Ik kreeg mijn pas terug plus een card waarmee ik de deur kon openen van kamer 701, de regisseur bedankte mij omstandig en ik begaf me door de menigte in de lounge op weg naar de lift die ik daarachter had ontdekt.
Maar dan had ik buiten de figurerende studenten gerekend. Hun opnamen waren klaar en ze waren bezig met een after-party. Mijn aanwezigheid leek hun nu de ideale gelegenheid om hun kennis van de Engelse taal te testen. Van verschillende kanten werd ik aangesproken en werd mij gevraagd of ik even meeborrelen wou. Dat leek me wel wat. Het was tegen zessen in de middag dus een mooi tijdstip voor wat kennismakingen met de beau monde van São Paulo. Maar eerst wou ik me opfrissen en omkleden. Dat vonden ze een goed idee en ze vergezelden me in de lift, kennelijk bang dat ik er onderweg van door zou gaan.
De kamer was oo
k allemaal erg design. Minimalistisch met Japanse accenten en alles in zwart en gebroken wit. Alles lag erbij alsof er een meetlat bij was gehouden. En dat was waarschijnlijk ook zo. Ik durfde geen handdoek aan te raken, bang om de compositie te verstoren. Maar goed, wat het zwaarst weegt….. Ik nam een douche, spoot wat deodorant waar het nodig was en trok een nieuw zwart T-shirt, een schone spijkerbroek en zwarte schoenen aan. Ik wou niet teveel uit de toon vallen. Ik deed het rustig aan en half uurtje later was ik klaar voor het gezelschap.Beneden liepen er nog drie studenten rond. De drie van de lift. Zij zaten op zwart lederen fauteuils met rugleuningen van twee meter hoog tegenover een zwartmarmeren muur waarlangs water naar beneden liep. Zij stelden zich voor. Het waren geen studenten, maar reclame-jongens en –meisje die net een trailer hadden gemaakt voor een hotelketen. De echte figuranten waren al op huis aan, want die werden per uur betaald. Ik was de laatste shot die ze nodig hadden. Als dank kreeg ik een glas champagne. En het werd nog echt gezellig.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten