vrijdag 16 oktober 2009

1969

1969, dat was me een mirakels jaar.


1969, Niels Armstrong zette als eerste mens voet op de maan, onder het uitspreken van de gedenkwaardige oneliner: ‘That's one small step for a man, one giant leap for mankind.’

1969, de moeder van alle popfestivals werd georganiseerd, Woodstock. 400.000 mensen luisterden naar Joan Baez, Creedence Clearwater Revival, Crosby Stills Nash & Young, Melanie en Janis Joplin.



1969, Shocking Blue had een nummer 1 hit in de VS met ‘Venus’.

1969, via Arpanet lukte voor het eerste data te verzenden van de universiteit van Los Angeles naar Stanford Research Centre in Silicon Valley. Internet was geboren.

1969, John Lennon en Yoko Ono lagen in het Amsterdamse Hilton-hotel in bed voor de vrede.

1969, Lenny Kuhr won het Eurovisie Songfestival met ‘De troubadour, mais non, monsieur’.

1969, Jane Birkin zong ‘Je t’aime, moi non plus’. In Frankrijk werd dat hijgnummer snel verboden wegens verregaande obsceniteit van de tekst.

Het was me een mirakels jaar. En ik? Ik voer als bordenafwasser mee op M.P.S. ‘Amsterdam’ van Botel Cruisse van rederij Zwaag. Dat was een gewild vakantiebaantje. Je zag wat van Europa en je werd nog betaald ook.

De ‘Amsterdam’ was een zgn. botel; een varend hotel. We voeren vanaf het Centraal Station in Amsterdam naar het Bassin du Commerce in Straatsburg. Over heen- en terugtocht deden we zo’n zeven dagen. We hadden een paar bussen bejaarden aan boord zien gaan en dat was alles wat we van onze gasten zagen. De technische dienst werd verondersteld achter de schermen te werken. Het directe contact was voorbehouden aan de stewards en stewardessen en aan de Kapitein natuurlijk, die hier heel bedrijfskundig ‘manager’ werd genoemd. Ik heb de manager nooit gezien. De man hield zich op eenzame hoogte bezig met management-zaken, niet met de technische dienst.


Ik en mijn kompaan werden aangestuurd door een stevig drinkende oud-matroos met melkboerenhondenhaar en een schort voor. Een groot deel van de dag werkten we in de keuken en als onze lieve gasten naar bed waren slopen wij door de gang om de buitengezette vaat op te halen. Als we ’s ochtends om een uur of tien klaar waren mochten we van boord en de stad in waar we die dag voor een paar uur hadden aangelegd.

In de keuken leerden we afdrogen en hoe je met een theedoek een kurk van het aanrecht kon meppen. Dat deed de matroos voor. Je nam de theedoek daarvoor vast aan twee tegenover elkaar gelegen hoeken, draaide de doek op door hem horizontaal rond te draaien, dan liet je een punt los en knalde als met een zweep met die punt de kurk van het blad. Katak! Wij deden daar wedstrijden in. Wij zetten een heel stel kurken op een rij en mepten die er een voor een af. Of niet.


Het was 21 juli 1969, ’s ochtends om 6.30 uur. Ik was de borden aan het ophalen van die gasten die de avond ervoor op hun kamer hadden gedineerd. Die ochtend was om 3 uur Apollo11 op de maan geland. In de lounge stond de zwart-wit tv afgestemd op de BBC uitzending vanaf Cape Canaveral. Door de gang schuifelde een oude dame in ochtendjas. Ze kwam van de wc en voelde zich betrapt. Ze zei: `Good morning´, in haar beste Engels, wat heel goed was, want ze kwam uit het Verenigd Koninkrijk, net als al onze andere gasten.

Ik wenste haar ook een zeer goede morgen en vertelde dat als ze opschoot, en dat leek me in haar geval heel lastig, ze nog net de herhaling kon zien van de eerste mens die voet op de maan zette. Zij verschoot van kleur, riep ´Oh dear, dear´ en verdween in haar kamer.

Later die dag kwam ik haar tegen tijdens het passagieren in de stad. Ze stelde me aan haar man voor en vertelde dat zij die ochtend zo genoten hadden van de televisiebeelden. Dat ze dat nog mochten meemaken. `Thank you, thank so much´, en ze kneep me met onverwachte kracht in mijn hand.

We voeren langs Keulen, Königswinter, Koblenz, langs de Lorelei en Karlsruhe en kwamen na drie dagen aan in Straatsburg, Frankrijk. Hier zou de ´Amsterdam´ gereed en schoon gemaakt worden voor de terugtocht. De bejaarde gasten moesten allemaal van boord en zouden in bussen de omgeving verkennen, de Notre Dame bekijken en zich bezatten tijdens een wijnproeverij. Maar zover was het nog niet. Eerst moesten de bussen nog komen. Maar de gasten moesten wel van het schip af. De opruimploegen hadden een strak schema.

Wij, de vakantiehulpen, kregen de opdracht het dek schoon te boenen. En, werd ons geïnstrueerd, maak daar een flink waterballet van. Spuit elkaar lekker nat en ren over het dek. Dan worden die ouwetjes afgeleid en gaan ze niet klagen over het verlate vertrek. Dat was niet aan dovemansoren gezegd. Op blote voeten en ontbloot bovenlijf gingen we aan de gang met waterstralen, bezems en dweilen. Wij werden er erg schoon van.


Toen de 100 passagiers beneden opgekrast waren, hadden we nog één verrassing in petto voor alle Franse passanten op de kade. We draaiden via de luidsprekers op het dek het hijgnummer ´Je t´aime, moi non plus´ van Jane Birkin. Dat was een hit in Nederland, waarschijnlijk omdat we te weinig kennis van de Franse taal hadden om de finesses van de tekst goed te laten doorkomen. ´Je t´aime, je t´aime, oh, je t´aime´. Nou dat ging nog wel. ´moi non plus´. Pardon? Ik al evenmin? Waar slaat dat nu op? ‘tu est la vague, moi l’île nue’. Naakte eiland? Ik? Waar heb je het over?

Maar de muziek was mooi en wij zongen uit volle borst ‘entre tes reins, et je me retiens’. Op de kade joelden de Franse scheepslui. Het lied was verboden in Frankrijk, maar de police kon niks uitrichten tegen onze provocatie. Wij stonden op Hollandse bodem.

Geen opmerkingen: