Ik pak de treuzelaar, mijn turkooizen koffer, passeer de douane en ga op zoek naar een taxi die mij naar mijn hotel in Lima, Peru brengt. Het is druk in de hal. Overal staan groepjes afhalers die langverwachte familieleden aan de borst drukken. Het gaat er daarbij hard aan toe. Huilen en omarmen en op de rug slaan. De actoren in ‘Hello, Goodbye’ van Joris Linssen zijn hiermee vergeleken een stelletje autisten. Hier wordt geknuffeld en geleden dat het een lieve lust was. Nou ja, niet mijn lust. Ik ben op zoek naar een taxi.
Tussen de geëmotioneerde halers en brengers staan twee onbewogen heren. Laten we ze Juan en Pedro noemen. Ze zij even groot, hebben beiden zwart gel-haar met een scheiding en een zwart leren jack. Zij dragen een bord met het opschrift ‘Seňor Santer’. Huh, voor mij? Ik kijk om mij heen om te zien of er misschien nog iemand met de naam Santer is die zich meldt. Juan en Pedro kijken mij echter bemoedigend aan. ‘Mister Santer?’ Nu wordt het toch echt uitkijken geblazen. Zo dadelijk zit ik tussen deze twee gladjakkers ingeklemd op de achterbank van een auto op weg naar een wekenlange gijzeling door het ‘Lichtend Pad’, de plaatselijke terroristenclub.
Want zoveel wist ik nog wel van Peru. Ik had me verder slecht voorbereid op deze reis. Ik had met een half oog deze reis geboekt en betaald. Ik had het druk op mijn werk en wilde er op korte termijn even tussen uit. Recent had ik een boek gelezen van iemand die zich het doel had gesteld zowel op het laagst als op het hoogst gelegen, bevaarbare meer te zeilen. Dat was hem na veel bureaucratisch gedonder, gelukt. Hij zeilde op de Dode Zee en op het Titicacameer in het Andes-gebergte. Dat leek mij ook wel wat. Niet dat zeilen, maar wel een bezoek aan dat mysterieuze meer met de fameuze rieteilanden van de Uros-indianen, hoog in de Andes. En dan plakte ik er onderweg nog even Machu Picchu (Oude Berg), Cuzco, een treinrit door het hooggebergte en een bezoek aan Puno aan vast. Zo gezegd, zo gedaan.
En nu sta ik in de hal van de luchthaven van Lima, waar twee stevige heren wachten op mijn besluit of ik nu wel of niet de seňor Santer van het bordje ben. ‘Mister?’ Ik besluit het erop te gokken. Yes, ik ben mister Santer. Ze kijken opgelucht. Dat is hem dan. Zij pakken de treuzelaar en lopen met gestrekte pas richting uitgang. ‘Daar gaat me goeie goed’, denk ik en loop achter ze aan. We komen aan bij een alleszins nette Japanner, waar Juan de achterportier openhoudt en Pedro mijn koffer onder de klep deponeert.
Zij weten de weg en vragen mij niet waar ik heen moet. Ze zijn duidelijk geïnstrueerd. De vraag is nog steeds door wie? We racen door een moderne stadswijk, terwijl de niet chaufferende Juan mij vraagt waar ik vandaan kom. Ik vertel het hem en hij knikt bevestigend. Dat had hij al vermoed. 'En hoe duur zijn bij jullie de mobieltjes?', is zijn volgende zet. Hij houdt zijn toestel stevig vast. Ik vertel hem dat, als je er een abonnement bijneemt, de toestellen zelf vaak gratis zijn. Hij vertaalt het voor de chauffeur en samen zijn ze verbaasd over zoveel vrijgevendheid.
‘Bent u katholiek?’ We springen wel van het ene naar het andere onderwerp. En voor we het weten zitten we in een diep-religieuze conversatie over de voor- en nadelen van het katholieke geloof in deze seculiere tijden. Beide mannen gaan dagelijks tweemaal ter kerke. Ik vraag ze: ‘En de zon en de maan dan?’
In het vliegtuig had ik wat rond gesnuffeld in de Lonely Planet-uitgave over Peru. De Inca's geloofden in de kracht van de zon als weldoener van de Aarde. De zon werd daarom vaak geëerd met zonnefeesten. We moeten daarbij bedenken dat de hemel zoals die door de Inca’s werd waargenomen niet te vergelijken is met wat wij nu zien. Zij zaten vaak op zeer grote hoogten (Machu Picchu ligt boven de 3 km) en zonder lucht- en lichtvervuiling. Op die hoogten was de hemel zeer goed zichtbaar; de melkweg (de hemelse rivier) zal zeer helder geweest zijn en elke ster goed zichtbaar. De Inca’s observeerden de bewegingen van zon, maan en melkweg en berekenden daaruit o.a. een kalender en de twee belangrijkste rituele data van het jaar; Capac Raymi (midzomerfeest in december) en Inti Raymi (midwinterfeest in juni). Ook berekenden ze aan de hand van de bewegingen allerlei biologische cyclussen en baseerden daarop de zorg voor hun gewassen en lamakuddes.
In het vliegtuig had ik wat rond gesnuffeld in de Lonely Planet-uitgave over Peru. De Inca's geloofden in de kracht van de zon als weldoener van de Aarde. De zon werd daarom vaak geëerd met zonnefeesten. We moeten daarbij bedenken dat de hemel zoals die door de Inca’s werd waargenomen niet te vergelijken is met wat wij nu zien. Zij zaten vaak op zeer grote hoogten (Machu Picchu ligt boven de 3 km) en zonder lucht- en lichtvervuiling. Op die hoogten was de hemel zeer goed zichtbaar; de melkweg (de hemelse rivier) zal zeer helder geweest zijn en elke ster goed zichtbaar. De Inca’s observeerden de bewegingen van zon, maan en melkweg en berekenden daaruit o.a. een kalender en de twee belangrijkste rituele data van het jaar; Capac Raymi (midzomerfeest in december) en Inti Raymi (midwinterfeest in juni). Ook berekenden ze aan de hand van de bewegingen allerlei biologische cyclussen en baseerden daarop de zorg voor hun gewassen en lamakuddes.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten