woensdag 18 november 2009

Kein gezeik

Het was niet bepaald Tramlijn Begeerte, lijn 9 in Amsterdam. Althans voor ons niet. Lijn 9 was meer Tramlijn Aanvalluh. Want het eindpunt van lijn 9 was voor vele Amsterdammers het Ajax-stadion. Daar kwam hij piepend en bellend tot stilstand op de keerlus en ontdeed zich op zondag van de horde supporters die kwamen kijken naar de verrichtingen van Johan Cruijff, die recht tegenover de halte woonde in Betondorp.



Tramlijn 9 bestaat sinds 28 december 1903. Dat heb ik even opgezocht want zover gaat mijn herinnering niet. De lijn is meerdere malen aangepast, maar verbond immer het centrum met de Watersgraafmeer. In de periode dat ik daar woonde, reed hij van het Ajax-stadion langs het exotische Tropenmuseum, de Muiderpoort, een stadspoort uit 1770, voorbij Artis, dat voluit Natura Artis Magistra heet, langs de eeuwenoude Hortus Botanicus, het Waterlooplein met zijn tweedehands spullen, gillend en vonkend door de bocht langs de Amstel, luid bellend de Dam over en dan via het Damrak naar het Centraal Station.

Op de bok zat de trambestuurder. Rechtop, want het was een beroep vol historie en eer. Met zijn rechtervoet stond hij op een metalen pedaal die een mechanische bel bediende en met zijn rechterhand beminde hij het stuur waarmee de snelheid geregeld werd. Wat zijn linkerkant aan het besturen bijdroeg was grotendeels aan het gezicht onttrokken maar wat zijn mond deed niet. Daarmee gaf hij commentaar op alles wat in de omgeving ophield. ‘Rot op met je hondenhok’, fulmineerde hij tegen het Dafje dat niet gauw genoeg uit zijn spoor verdween. ‘Gajes’, schreeuwde hij naar een paar jochies die steentjes in de rails gooiden in een onbeholpen poging de tram te laten ontsporen. ‘Schorum’. En naar een keurige dame die haar halte voorbij zag gaan zonder dat de tram stopte en reageerde met een ’Chauffeur ik heb gedrukt’, riep hij lachend, ‘Grote meid. En nu goed afvegen’.

Op zaterdagavond stapten wij aan boord van lijn 9 op halte Hogeweg. We maakten het ons gemakkelijk op de houten bankjes en keken tevreden naar het voorbij schietende tafereel. Amsterdam ging zaterdagavond vieren en dat was feest. Op halte Rembrandtplein stapten we uit. De terrassen zaten vol en voor het revuecafé Saint-Germain-de-Près stond een rij wachtenden voor een optreden van Dorus. Wij liepen een steegje in en aangekomen aan de Amstel traden we binnen in het café van Frau Beate.

Frau Beate zelf stond achter de tap. Ze was een charmante vijftiger met een zwaar Duits accent. ‘Ha Keessszzzz’, zei ze als ik binnenkwam. En ‘Gutenabend Hansssszzzz’, sliste ze naar mijn kompaan. ‘Ik verwachtte jullie’. Wij groetten terug en hesen ons op de rode barkrukken. We keken rond. Het was weer een gemengd gezelschap. Wat Amerikanen een enkele Fransman, een blikje studenten en wat alternatieven. Geen dronkenlappen, zwervers of druggebruikers. Die kwamen er bij haar niet in. Die zette ze er zelf uit. Dit was een keurige kroeg. ‘Kein gezeik. Buiten doen jullie maar wat jullie willen maar hier ben ik de baas.’.

De kroeg was lang en smal en hing vol met koper, dat ik in een bui van pure naastenliefde eens allemaal gratis heb gepoetst, maar daar was ze niet helemaal tevreden mee want overal zag ze nog witte streepjes. ‘Nah, Keeessssszzzz, dan kan ik het net zo gut selbs machen’. ‘Fuck you’ dacht ik en zei met een grimlach dat ik het nog ééééén keer over zou doen. En dan nooooiiit meer.

Wij dronken ons in zoals ze dat tegenwoordig noemen. Niet dat dat indrinken veel voorstelde. Twee pilsjes en een bierworstje daar bleef het bij. Geld was schaars in die dagen. We luisterden naar de zeer persoonlijke jukeboxkeuze van Beate. Nina Simone, Sarah Vaughn, Hildegarde Knef (Ach Knef. Die donkere stem.
‘Berlin, dein Gesicht hat Sommersprossen,
und dein Mund ist viel zu groß,
dein Silberblick ist unverdrossen,
doch nie sagst du: Was mach' ich bloß?’)
en dan op eens, tetteretet, eine kleine Nachtmusik en de Mondscheinsonate. Geen Beatles, Stones of andere pop. Het publiek selecteerde zichzelf. En Frau Beate had kein gezeik.

Ik kom er nog wel eens langs als ik naar het centrum rij. Nu zit er een coffeeshop in: ‘The Bushdoctor’. Ze had ze er allemaal uitgeschopt.

Geen opmerkingen: